De avond van 13 januari 2025 was de Wolfmaan, ook wel “Wolf Moon”, de eerste volle maan van het jaar zichtbaar. De naam is oa ontstaan in Indiaanse folklore, omdat het de tijd symboliseert dat wolven tijdens de wintermaanden huilden van honger buiten dorpen, en men dacht dat er dan meer wolvengehuil te horen was dan in de rest van het jaar bij volle maan.
In spirituele tradities wordt de Wolfmaan vaak gezien als een krachtige tijd voor introspectie, vernieuwing en het aanboren van iemands innerlijke kracht. Het vertegenwoordigt een periode van naar binnen kijken en het omarmen van onze oerinstincten en het opnieuw verbinden met onze wilde, authentieke natuur. Net zoals wolven bekend staan om hun intuïtie, loyaliteit en vermogen om door duisternis te navigeren, moedigt de energie van de Wolfmaan ons aan om in de diepten van onze psyche te duiken en onze intuïtieve wijsheid aan te boren. Daar deze maan bij het sterrenbeeld Kreeft hoort, waar het overigens pas morgen in terecht komt – de maan staat vanavond in het sterrenbeeld Tweeling – is het ook verbonden met onze emoties en de verankering en de acceptatie in onszelf ervan. Terug in onze kracht moedigt het aan tot persoonlijke groei en loslaten van niet langer dienende patronen, angsten onder ogen te zien en moedig voorwaarts te gaan op ons pad.
Lang geleden was er een mooi bos. Het was er, zoals het een goed bos betaamd, niet te donker en niet te licht. Op zonnige dagen schenen de zonnestralen tussen de bladeren en de stammen heen omlaag en kon je de planten en dieren zien groeien en bewegen. Het was een mooie plek voor een koning om te wonen en werd gewerkt aan een vestingstad met een citadel. Een bos blijft een bos en een koning moet behalve kunnen heersen ook beschermd kunnen worden.
Men begon met het bouwen van de citadel omdat dat het juiste begin leek. Het werd een heel mooie citadel, slank, maar met volume, wit gepleisterde muren, een mooie poort die in een boog naar boven liep. De deur die tegen een stootje moet kunnen zou gemaakt worden van het stevige dikke hout van een paar flinke eiken in het bos er omheen. Verder had de citadel vier torentjes met daarop, net als op het middelste dak, in totaal vijf gouden bollen met een klein spits erop, bijna als een tranen.
Helaas, zoals wel vaker in de wereld, keerde het tij. Er braken grotere en kleinere natuurrampen uit, het werd duister, de zon was niet langer zichtbaar in het bos, waar hij voorheen de citadel zo mooi had beschenen en verlicht. Het bos dat langzaam maar gestadig in een jungle veranderde. De bewoners trokken weg, bij zoveel onveiligheid en de koning verdween op mysterieuze wijze, om nooit meer van gehoord te worden. Wilde dieren namen hun intrek in de citadel zonder deur en ongedierte nestelde zich overal waar dat maar mogelijk was. Het witte pleisterwerk werd grijs en daarna bijna zwart de gouden bollen werden dof en grauw.
Vele decennia, het leken wel era’s, later ontdekte een stoutmoedige zwervende doler als bij toeval de citadel. Het regende hard, heel hard, zoals het inmiddels dat iedere dag deed. De doler nam zijn intrek onder de poort om wat te rusten en op te drogen. ook de wilde dieren en het gekruipsel hadden de citadel inmiddels verlaten. De citadel stond er bij als een treurige ruïne en niets deed meer herinneren aan zijn luister en glans van weleer. Spoedig viel de moe gezworven doler in een diepe slaap. En hij werd bezocht door een droom.
De volgende ochtend, het was zachter gaan regenen, brak er voorzichtig een zonnestraal door het zware gebladerde en viel op het gelaat van de slapende doler. Deze opende eerst langzaam een oog en daarna het ander. Hij kon zich niet herinneren dat hij gedroomd had, laat staan wat. Hij stond echter met een verrassende veerkracht op en keek recht in de zon. Zijn ogen fonkelde, het was niet duidelijk welke kleur deze hadden. Hij had een plan. Eerst liep hij een paar keer rond de oude vervallen citadel, terwijl hij haar goed in ogenschouw nam. Toen was zijn besluit genomen. Hij zou hier blijven in deze rustige verlaten omgeving, maar hij zou de citadel opknappen en schoonmaken en de vestingstad er omheen gaan bouwen zodat er geleefd kon worden en er mooie dingen gemaakt konden worden voor wie dat wilde zien. Natuurlijk vond hij dat er ook weer een koning moet komen, maar hij besefte dat die toch echt eerst gevonden moest worden. Vooralsnog stelde hij zichzelf aan als bouwer krijgsheer strijder en begon vol goede moed aan de zware niet te onderschatten klus.
De Reis Totem is een dier dat jij plotseling, maar voor langere tijd opmerkt in de natuur. Als je het reis totem dier voor langere tijd steeds weer tegenkomt, dan heb je een of meerdere levenslessen te leren, volgens het spirituele gebruik. In tegenstelling tot het levens totem dier dat meer zegt over wie je bent, helpt het reis totem dier je een tijdje op je spirituele pad. De laatste tijd zie en fotografeer ik zelf wel heel veel torenvalken, de ene keer vliegend, de andere keer zittend in een boom of op een paal. Dan weer heel dichtbij en dan weer heel ver weg, maar de overeenkomst is toch wel dat zij mij in veruit de meeste gevallen aankijken of in ieder geval waarnemen.
Wat direct opvalt aan een torenvalk is hun elegantie en snelheid. Torenvalken zien er opvallend gracieus, maar ook imponerend uit, terwijl zij toch zeker niet groot zijn voor een roofvogel, hun romp is slechts een centimeter of dertig. Torenvalken zijn enorm wendbaar, ook bij een snelheid van zestig kilometer per uur en kunnen heel abrupt een wending in hun beweging maken, omkeren of duiken naar een muisje in het veld. Een torenvalk heeft hele mooie grote gitzwarte ogen met een fel gele ring eromheen, die je doordringend aankijken. Je kunt er op rekenen dat ze jou zien en waarschijnlijk al voordat jij hun ziet, wanneer je ze tenminste niet van achteren benadert. De scherpte waarmee zij zien en de afstand die daarbij komt kijken is legendarisch.
Legendarisch is een juist woord om te gebruiken bij dit krachtdier. De oude beschaving van de Egyptenaren gebruikte al afbeeldingen van de valk als symbool of embleem van majestueusiteit, gratie, macht en bescherming. Zo wordt de zonnegod Ra afgebeeld met de kop van een valk en is het een heilig dier. Maar valken komen ook voor als adellijk teken in blazoenen en symbolen van macht. En dus ook in de krijgskunst. Het schijnt dat zij maar één natuurlijke vijand hebben die er toe doet, de (bange) wezel.
Torenvalken zijn mede door de bovenstaande vaardigheden overtuigend goede jagers. Hoog in de lucht hangen zij met snel bewegende vleugels, wat bidden heet, en speuren de grond onder hen af, op zoek naar prooien om zichzelf of hun jongen mee te voeden. Ze zijn heel gefocust, alert en zien alles en met hun aangeboren scherpzinnigheid en intelligentie is er nauwelijks een prooi die aan hun ontkomt. Bovendien zijn zij niet bang, gaan recht op hun doel af, trefzeker en vastberaden.
De wetenschappelijke naam van de torenvalk is falco tinnunculus kan je vertalen als ‘kleine schelle’. Wanneer je het kié kié kié kié kié kié geroep van een torenvalk wel eens gehoord hebt, begrijp je waarom. Het leuke van een torenvalk voor fotografen van vogels is verder dat zij zich goed laten fotograferen daar ze lange tijd stil op een tak zitten of in de lucht hangen en je soms zelfs het idee geven dat ze de tijd nemen om voor je te poseren. Voor door mij gemaakte foto’s van torenvalken zie fotonatuurlijk.nl.
De torenvalk lijkt mij op dit moment in míjn leven een zeer goede reisgenoot en wijs krachtdier, op mijn pad naar verdere geestelijke ontwikkeling en bewustwording.
In de Nederland is de ijsvogel een symbool van doorzettingsvermogen en vertrouwen in een goede afloop ondanks tegenslagen. In de oude Griekse tijd is het de ijsvogel die tijdens een periode zonder storm en zonder golven boven het water nestelt. Zijn kleuren, blauw van de hemel, groen van alle begroeiing op en bruin van de grond van de aarde. De ijsvogel is daarom van bovenaf moeilijk zichtbaar omdat het blauw van zijn veren dan op een weerspiegeling in het water lijkt en van onderaf omdat hij daar terracottakleurig is. Het waagt iedere keer zijn leven wanneer het de diepte in duikt voor een visje, want het is geen watervogel en heeft ook geen zwemvliezen. Ook zijn de veren niet vet, anders zou het blijven drijven. Het moet goed opletten en timen om dat ene visje te kunnen vangen. Het beseft dat het wateroppervlak een vertekend beeld geeft en kan de grootte van de vis inschatten, of deze nu aan de oppervlakte of in de diepte zwemt. De ijsvogel is een geduldige visser, het observeert en wacht af.