een niet aflatende zoektocht

 

Onwetend dwalend door het donkere woud op zoek naar een open plek van waaraf ik de heldere met sterren bezaaide nachtelijke lucht kan zien, om een glimp van de hemel te ontwaren en zo de oneindigheid van de kosmos en het zijn te aanschouwen. In de hoop dit wonder te creëren verwierf ik mij een sterrenkijker, maar het was te vaak bewolkt, of psychisch en fysiek te zwaar om eropuit te gaan. Bovendien onder de druk van het gevoel bekeken en in de gaten gehouden te worden, is het slechts drie keer gelukt de lichtpuntjes in het duistere firmament gade te slaan, vanaf moeder aarde, die mij stevig in haar greep vasthoudt, terwijl ik door het universum rond tol.

Geen weg omhoog, terug naar huis, maar in tegendeel een afdaling in de krochten van mijn aanwezigheid hier, in een tevergeefse zoektocht mijn dierbare ziel te hervinden, die zo schijnt het mij toe, een eeuwigheid geleden mij ontvallen is. Vaak moedeloos zwerf ik rond op deze door God ogenschijnlijk reeds lang verlaten planeet. Dan weer stort ik in een gitzwarte afgrond of val ik overweldigd door een ontijdige alles wissende zware slaap boven mijn boeken in slaap.

Waar is toch het pad tussen die rozen vol doornen naar het toppunt van gelukzaligheid gebleven? Eens, lang geleden als jongeling beliep ik haar dagelijks, onvermoeibaar, zonder te slapen was ik gefocust op dit apogeum, dat zo scheen het mij toen voor, nog in dit leven te bereiken was. Helaas het liep anders. Tijdens mijn klim op de berg zonder top verdwaalde ik magistraal, om nooit meer de weg terug te vinden.

Waar is toch die liefde gebleven, die zoete geur van bloemen in de lentezon, de honing die mijn dagelijkse troostende  voeding was en die mij opstuwde tot hogere gedachtespinsels en trillingen alsof ik een koolwitje was dat van bloem tot bloem dwarrelde, zonder mij ook maar enige rekenschap te hoeven of kunnen geven van het waarom.

Af en toe denk ik met, een soms weemoedig maar ook vaak hoopgevend verlangen, aan deze heldere inspirerende onthulling, die zich aandiende die nacht terwijl ik langs die brede rivier plaats nam en de wolken uiteendreven  en de maan het water uitbundig verlichtte. Korte tijd put ik daar nu dan weer moed en energie uit om verder te zwemmen in dan de ene richting en dan weer een andere tot het volgende onontkoombare obstakel oprijst Tot dat ogenblik in de waan dat een verlossende catharsis zich over mij zal uitstorten als een gewelddadige warme waterval, die mij geheel schoon zal spoelen en licht als een veertje zal maken, zodat de wind mij omhoog blaast tot in het hoogste punt van de zenit. Helaas blaast de wind zonder doel in het rond en gooit mijn woorden door elkaar.

Eens, echter, zal het mij lukken tot grotere hoogte te stijgen en zwevend het aardse beneden mij te laten, zo blijf ik vasthouden.

de Citadel

 

 

Lang geleden was er een mooi bos. Het was er, zoals het een goed bos betaamd, niet te donker en niet te licht. Op zonnige dagen schenen de zonnestralen tussen de bladeren en de stammen heen omlaag en kon je de planten en dieren zien groeien en bewegen. Het was een mooie plek voor een koning om te wonen en werd gewerkt aan een vestingstad met een citadel. Een bos blijft een bos en een koning moet behalve kunnen heersen ook beschermd kunnen worden.

Men begon met het bouwen van de citadel omdat dat het juiste begin leek. Het werd een heel mooie citadel, slank, maar met volume, wit gepleisterde muren, een mooie poort die in een boog naar boven liep. De deur die tegen een stootje moet kunnen zou gemaakt worden van het stevige dikke hout van een paar flinke eiken in het bos er omheen. Verder had de citadel vier torentjes met daarop, net als op het middelste dak, in totaal vijf gouden bollen met een klein spits erop, bijna als een tranen.

Helaas, zoals wel vaker in de wereld, keerde het tij. Er braken grotere en kleinere natuurrampen uit, het werd duister, de zon was niet langer zichtbaar in het bos, waar hij voorheen de citadel zo mooi had beschenen en verlicht. Het bos dat langzaam maar gestadig in een jungle veranderde. De bewoners trokken weg, bij zoveel onveiligheid en de koning verdween op mysterieuze wijze, om nooit meer van gehoord te worden. Wilde dieren namen hun intrek in de citadel zonder deur en ongedierte nestelde zich overal waar dat maar mogelijk was. Het witte pleisterwerk werd grijs en daarna bijna zwart de gouden bollen werden dof en grauw.

Vele decennia, het leken wel era’s, later ontdekte een stoutmoedige zwervende doler als bij toeval de citadel. Het regende hard, heel hard, zoals het inmiddels dat iedere dag deed. De doler nam zijn intrek onder de poort om wat te rusten en op te drogen. ook de wilde dieren en het gekruipsel hadden de citadel inmiddels verlaten. De citadel stond er bij als een treurige ruïne en niets deed meer herinneren aan zijn luister en glans van weleer. Spoedig viel de moe gezworven doler in een diepe slaap. En hij werd bezocht door een droom.

De volgende ochtend, het was zachter gaan regenen, brak er voorzichtig een zonnestraal door het zware gebladerde en viel op het gelaat van de slapende doler. Deze opende eerst langzaam een oog en daarna het ander. Hij kon zich niet herinneren dat hij gedroomd had, laat staan wat. Hij stond echter met een verrassende veerkracht op en keek recht in de zon. Zijn ogen fonkelde, het was niet duidelijk welke kleur deze hadden. Hij had een plan. Eerst liep hij een paar keer rond de oude vervallen citadel, terwijl hij haar goed in ogenschouw nam. Toen was zijn besluit genomen. Hij zou hier blijven in deze rustige verlaten omgeving, maar hij zou de citadel opknappen en schoonmaken en de vestingstad er omheen gaan bouwen zodat er geleefd kon worden en er mooie dingen gemaakt konden worden voor wie dat wilde zien. Natuurlijk vond hij dat er ook weer een koning moet komen, maar hij besefte dat die toch echt eerst gevonden moest worden. Vooralsnog stelde hij zichzelf aan als bouwer krijgsheer strijder en begon vol goede moed aan de zware niet te onderschatten klus.

krijger godinnen

 

 

Deze de week kwam ik in aanraking met Durga (Doerga), een Hindoestaanse godin en wel de godin van de woede, om haar maar even binnen te laten komen. Na over haar gelezen te hebben, daarover later meer, begon ik na te denken over krijger godinnen, zoals ik ze direct ben gaan noemen. Ik heb niet heel veel kennis van de vele religies, maar ga hier toch een poging wagen er iets over te vertellen.

De godinnen Artemis, Pallas Athena en Aphrodite, met wat later de tegenhangers Diana, Pallas Athena en Minerva in Rome, schoten mij direct te binnen. Het valt mij op dat moment ook op dat er geen Christelijke godin van de woede is, zover ik weet tenminste. Het Christendom kent wel een aanzienlijke legerschare van heiligen en ik moet direct aan Jeanne d’Arc denken en hoe zij zich offerde in de Honderdjarige oorlog voor Frankrijk tegen Engeland. Met haar komt er ook een ingang in mijn tekst.

Jeanne was behalve een jonge vrouw met de nodige compassie en visioenen, een vasthoudend en eigenzinnig strijder, en ze was maagd. Het valt op dat dit op gaat voor alle bovengenoemde krijger godinnen. De Oud – Griekse godinnen van de jacht, wijsheid en liefde waren ook al onverschrokken strijders, en maagd. Ook Durga, wat de Ondoordringbare betekent en ook wel bekend als Devi Chandraghanta, is een echte onvervalste Moedergodin die verschijnt wanneer de destructieve krachten op aarde te grote vormen aan nemen. Ze kent natuurlijk net als haar collega’s geen angst en blijft haar spirituele kracht trouw, hoe zwaar het ook wordt. Op deze wijze verlicht zij het lijden. Door haar loyaliteit aan rechtvaardigheid is zij mede door haar vrouwelijke oer-energie niet te stoppen. Haar boodschap is: gebruik je kracht, kom voor jezelf op, laat je geen rad voor de ogen draaien en spreek je uit.

Doerga, in het Sanskriet दुर्गा), wordt ook vertaald als “zij die moeilijk benaderbaar is” en is belichaming van de woede van de goden. Zij wordt afgebeeld zittend op een leeuw of een tijger met tien tot twaalf armen met daarin haar regalia, die variëren van de lotusbloem, discus, bliksemflits en meerdere oorlogswapens waaronder een groot zwaard, waarmee zij tegen mannelijke demonen vecht, die de rust op aarde willen verstoren. Zij is begenadigd met een derde oog in haar voorhoofd. Zij blijkt een verschijningsvorm van Shakti, die voor haar volgers de Hoogste Werkelijkheid is. Zij is autonoom.

Het is voor mij een groot genoegen haar op mijn zoektocht tegen te komen en deze, weliswaar korte getuigenis van haar, het licht te doen zien.

 

de walvis en de spiegel

 

 

Hoe het onbewuste je soms een spiegel voorhoudt of hoe je in de buik van een walvis kan wonen zoals Jonas of als de schepper en maker, vader Geppetto, van Pinokkio.

Pinokkio van het Italiaanse Pinocchio, wat vertaald stukje pijnboom oplevert, is een marionet die door tussenkomst van een goede fee, tot leven komt, maar wel van hout blijft. Hij is een machine. Het is slechts een kwestie van tijd totdat onze held een aantal avonturen beleeft, waarbij hij meermalen in aanraking komt met booswichten, met de zelfkant, tot dat hij langzaam in een ezel verandert . Zijn geweten, Japie de krekel, geeft Pinokkio het inzicht dat hij beter een ander pad kan kiezen en samen gaan ze naar huis. Het huis blijkt al tijden verlaten en leeg en verstoft. Ze gaan op zoek naar Geppetto en vernemen dat hij in de buik van een enorme en beruchte walvis, Monstro, leeft. Uiteindelijk vinden ze Monstro, laat Pinokkio zich opslokken en bevrijdt Gepetto uit de buik van de walvis door een groot vuur te ontsteken in de buik van Monstro, die allen dan uit niest. Gered. Als beloning voor zijn rechtschapen gedrag beloont de fee Pinokkio door hem in een jongen van vlees en bloed te veranderen.

Een doorzichtig verhaal dat een ieder een spiegel voorhoudt, die de tijd neemt hier op te reflecteren.

de bij en de passiebloem

 

 

Een uurtje later maakte ik bovenstaande foto. Om even bij het vorige onderwerp, de Passie, te blijven, de bij staat in de christelijke symboliek voor ijver, goed kunnen organiseren, reinheid, moed, gezond verstand, samenwerking en natuurlijk zoetheid. Verder is maagdelijkheid een attribuut, omdat men vroeger dacht dat bijen zich niet via een vorm van coïtus voortplantte. De bij staat in de christelijke context ook voor wedergeboorte en is dat niet het thema van het christendom, zo niet alle bevrijdende religies en heilsleren?

de passiebloem

 

 

De passiebloem, in het Latijn: Passiflora incarnata, is een mooie bloem om op een zonnige zondagmiddag te fotograferen. Passio waarvan de naam Passiflora is afgeleid betekent lijden, Flos bloem. De missionarissen uit Spanje, aangekomen in Zuid Amerika, zien in de bloem direct de symboliek van het lijden van Christus. Zijn lijdensweg heet ook wel ‘de Passie’. De tien groene blaadjes, achterop het steeltje naar de drie stampers toe, zouden symbool staan voor de tien apostelen. De missionarissen hadden voor het gemak Judas en Petrus al afgeschreven. De drie donkere, wijnrode stampers verbeelden de drie spijkers waarmee hun Messias aan het kruis werd genageld. Het is en blijft natuurlijk ook een heel mooie bloem die al jaren aan het begint van de zomer op mijn balkon bloeit.

archetype II

De vorige keer schreef ik dat de ervaringen in mijn relatie tot de drie belangrijkste vrouwen in mijn leven, althans het heeft er lang op geleken dat zij dat waren, eigenlijk een product en een gevolg zijn van een archetype en dat er misschien heel veel mannen zijn met soortgelijke ervaringen. Het woord archetype is ontstaan uit het Oudgrieks, waar ‘arche’ ‘oud of origineel’ betekent en ‘type’ ‘patroon of model’, een oud patroon dus. Wat is eigenlijk een archetype en hoe komt het zo machtig?

Vooral pionier, grondlegger en wetenschapper in de hedendaagse psychologie Carl Gustaf Jung heeft zich hier in verdiept en geprobeerd dit te beschrijven, onder andere gebaseerd op ervaringen met de vele patiënten in zijn zo’n veertig jaar durende analytische praktijk in Zwitserland. Volgens Jung die ook een enorme privé bibliotheek met allerlei manuscripten en portfolio’s heeft samengesteld, is een archetype een onderdeel van een structuur, ook wel het collectief onbewuste genaamd, een a priori, zeg maar waarbinnen het de mogelijkheid van een beeld faciliteert. Denk aan de grot van Plato. Dat beeld kan heftige emoties met zich meebrengen en oproepen. Vaak gebeurt dit als een compensatie van een eenzijdige psychische activiteit met als doel deze te corrigeren. Dit gebeurt los van de menselijke wil, zover dat laatste al een kans krijgt.

In dromen, mythes en sprookjes doen zich oude patronen voor los van tijd, plaats, cultuur en ras. Er zijn bewijzen dat er over de hele wereld in verschillende tijden en continenten ontwikkeling zijn geweest, die niet anders dan los van elkaar hebben plaatsgevonden kunnen hebben, daar er bijvoorbeeld 2000 jaar geleden nog geen internet was dat de hele wereld met elkaar verbind. Er was wel iets anders, het collectief onbewuste, dat door de jaren en eeuwen heen zich steeds verder ontwikkeld en uitbreidt. Het is onze psychische erfenis als mensheid. De archetypen, die onderdeel zijn van datzelfde onbewuste, zijn lege mallen, die gevuld kunnen worden met een beeld en dan gaan leven en meestal buiten de eigen psyche worden geprojecteerd. Een mooi voorbeeld is de anima, de vrouwelijke ziel van de man (animus bij de vrouw) die hij al jong projecteert op zijn moeder en later vaak op andere vrouwen in zijn omgeving. Dit kan behoorlijk uit de hand lopen wanneer dit leidt tot het idealiseren van bijvoorbeeld een vrouw, die aan hem een intense belangstelling voor haar heeft ontlokt, ook wel verliefd zijn genoemd. Zij krijgt daardoor een betoverende, aantrekkelijke, fascinerende, maar tegelijk ook angstaanjagende grootheid, alsof zij een koningin, een godin is, wat echter ook nogal eens omslaat in het tegenovergestelde hiervan. De mal stroomt dan vol met aan het idee gerelateerde beelden met bijbehorende emoties en belevingen tot gevolg en voor waar aangenomen ervaringen, die elkaar kunnen versterken. Een obsessie is geboren, maar daarmee ook een afhankelijkheid en een verslaving.

Het mag nu duidelijk zijn hoeveel macht we kunnen toekennen aan een soms vernietigend idee. Het archetype wordt dan oppermachtig en kan zijn gang gaan. Er is regelmatig psychotherapie, maar zeker heel veel zelfkennis en geduld voor nodig om de werking van het archetype te ontmaskeren en zijn invloed mogelijk te niet te doen of te verminderen. Het zou makkelijker zijn wanneer er slechts een archetype is, maar er zijn er heel veel. De meest bekende en machtigste archetypes zijn de eerder genoemde anima en animus, de schaduw, de persona, de oude wijze man, het kind, maar ook het Zelf. Het loont de moeite kennis te maken met deze archetypen en door zelfreflectie en innerlijk schouwen vertrouwt te raken met hen, in de hoop hun bijna almacht in goede banen te proberen te leiden.

pancreas

Laten we dit woord eens opsplitsen. Het valt duidelijk uiteen in de woorden pan en creas. Pan vertaald vanuit het Latijn betekent alles of alles omvattend en creas vertaald vanuit het Latijn als creëren. De woorden los van elkaar gebruikt betekenen vanuit het Latijn vertaalt: maak een pannetje. Maar het meest bekend is Pan waarschijnlijk uit de Griekse en Latijnse mythen over hem, zie mijn eerder blog over Pan. Hier echter kunnen we pancreas met enige goede wil lezen als ‘alles creëren’.

Wanneer ik een stap verder ga in mijn analogisch denken of zo je wilt analogisch creëren, kom ik uit bij Prometheus. Ik zal uitleggen hoe ik die stap genomen heb. Prometheus steelt het vuur, de creatie van de Goden van de Olympus van diezelfde Goden om het aan de mensen te geven. In sommige oude Griekse mythen is Prometheus zelfs de schepper van de eerste mensen. Hij creëerde de mens uit klei.

Het stelen van vuur van de Goden is naar mijn idee hetzelfde als creëren, iets maken vanuit het niets. Vuur ontstond vroeger uit het op elkaar slaan van kiezelstenen, wat een vonk gaf waarmee personen die daarin bedreven waren vuur konden maken. Vuur is het licht van de ziel van de mens, de universele vonk ons al dan niet gegeven door God, of omgekeerd, het vuur in de mens ís zijn ziel. Maar er is nog iets.

Als straf voor zijn daad zorgen de Goden bij monde van Zeus dat Prometheus vastgeketend wordt aan een berg in de Kaukasus alwaar de adelaar Ethon zijn lever uit het lichaam van Prometheus komt pikken en die dan vervolgens opeet. In de nacht groeit de lever weer aan, waarna de adelaar in de ochtend terugkomt om de lever opnieuw uit te pikken en op te eten. Dit gaat door totdat Herakles als een van zijn twaalf werken, met goedkeuring van Zeus, de adelaar dood en de als eeuwig bedoeld straf eindigt. Is het een heel grote stap om de lever te vervangen door de alvleesklier, een gelijksoortig orgaan?

Pancreatitis of alvleesklier ontsteking (vuur) kan ontstaan door onder andere overmatig alcoholgebruik (het vuurwater). Deze ontsteking kan zich herhalen wat kan leiden tot chronische alvleesklier ontsteking. Ook kan het in sommige gevallen leiden tot pacreascarcinoom. Een deel van de alvleesklier wordt dan soms operatief verwijderd. De levensverwachting daarbij moet niet al te hoog worden ingeschat. De idee van alles creëren wordt dan helaas een afnemen van en uiteindelijk doven van het vuur.

cyperus papyrus

Gisterenmiddag kreeg ik een nieuwe huisgenoot, een papyrusplant, die ik Syrinx heb gedoopt. Uiteraard praat ik tegen haar. Ze is nog heel klein, een stekje slechts in een grote hoge accubak met aarde en witte steentjes.

De Cyperus papyrus is een moerasplant die in het wild voorkomt in (sub)tropisch Afrika. Het is een gras of riet met lange stengels die uitmonden in een stervormige bovenkant van dunne groene grasvormige bladen. De meest bekende toepassing van de plant is natuurlijk de papyrusrol, toen zij nog langs de oevers van de Nijl groeide. De plant wordt in de moerassen van Soedan gezien als onkruid en de driekantige stengels kunnen makkelijk vier tot vijf meter hoog worden. Daar, en bijvoorbeeld in Botswana en Oeganda beslaan de moerasgebieden ieder een oppervlakte ter grootte van de provincie Utrecht.

In het oude Egypte werd de plant gebruikt als de bekende voorloper van het papier, maar ook als voedsel en dakbedekking en voor allerlei huishoudelijk servies en zelfs voor het maken van boten. Toen de Egyptische architect Imhotep natuurstenen gebouwen ging maken voor de tombe van farao Djoser (27 e eeuw voor Christus!), maakte hij de structuur van de papyrusstengels na in steen. Dit werd de voorloper van de zuil met kapiteel, zoals we die goed kennen van de oude Griekse en Romeinse ruïnes. Het gebruik van de plant om op te schrijven wordt gedateerd op zo’n vijfduizend jaar geleden.

Tegenwoordig, of eigenlijk al langer – ik had al eerder een papyrusplant in een accubak met witte steentjes in 1976 – is het een decoratieve plant die het goed in huis doet. Deze plant, die ik heb gekregen, is eigenlijk familie van de Cyperus alternifolius. De twee worden nogal eens verward.  Deze kamervariant kan 2,5 meter hoog worden, dus bijna tot aan het plafond. Zij kan heel breed worden qua aantal stengels of heel hoog, afhankelijk van het formaat van de pot of bak waar zij in staat. Je kunt haar niet echt teveel water geven, als moerasplant, hoewel de wortels beter niet constant nat kunnen zijn. De bladeren kunnen soms bruine topjes krijgen, vooral in de buurt van een centrale verwarming. Zij moet dan besproeit worden met een plantenspuit. Zij kan bloeien met kleine bruine bloemetjes die zaden kunnen dragen. Ze heeft veel licht nodig. Niet alleen mensen zijn gek op deze plant, katten doen zich er graag te goed aan.  Ze kan ook buiten in de tuin langs de vijver gedijen. Meest bekend als de Cyperus perkamentus.

In het oude Egypte stond de papyrusplant (mehyt) voor vreugde en blijdschap, het was de toverstaf van de godinnen. Ook werd de plant met jeugd geassocieerd. Het nieuwe leven dat uit het oerwater oprees. Het was daar een koninklijk gewas. Daar de plant weelderig groeide werd zij ook het symbool van vruchtbaarheid. Zij vormde de zuilen van de hemel waar de god Hapi verbleef. Maar er waren meer goden waarmee zij verbonden was, zoals Bastet (vruchtbaarheidsgodin voorgesteld als een kat) en Neith (moedergodin en soms gezien als schepper van de wereld) en Isis baarde haar zoon Horus in een papyrusveld, daar zij zich verbergen moest voor haar broer Seth. Dat maakte de plant symbool van geboorte  en wedergeboorte. Al met al heeft Syrinx dus een kleurrijke geschiedenis.

bijen

Binnenkort is het lente en zien we hopelijk weer meer insecten. Wat weten we over het insect de bij en wat zijn er voor mythes over de bij te vinden?

Wat zijn de feiten heden ten dage over de rol van de bij? Tegenwoordig kennen we de bij vooral als de nijvere maker van honing. Bijen maken deel uit van de familie van vliesvleugelen, maar zijn de enige veganisten in die familie. Ze leven van nectar (suikerrijke vloeistof), en stuifmeel en honingdauw. Het is niet zo dat alle bijen in volken leven, er zijn vele alleen levende, solitaire bijen. Het aantal soorten overstijgt waarschijnlijk de 20.000 in kaart gebrachte soorten. Ze leggen een wintervoorraad van hun voedsel, de honing, aan dat dan weer deels door imkers wordt weggenomen. Om zich te verdedigen tegen hoornaars, de grotere en sterkere wespen, kunnen bijen hun vliegspieren heel snel laten trillen, zo snel dat hun middensegment warm wordt. Wanneer twaalf of meer bijen dit samen doen verhoogt hierdoor de omgevingstemperatuur opvallend, zo opvallend dat de aanvallende hoornaar onder de warmte bezwijkt. De nog niet verklaarde bijensterfte in deze eeuw is een bedreiging voor het milieu en de menselijke levensbehoeften zoals appels, tomaten, aardbeien, maar ook koffie. Bijen dragen door de bestuiving van planten voor dertig procent bij aan de keten van menselijk voedsel. Mogelijke verklaringen voor de immense bijensterfte zijn de pesticiden, het eenzijdige voedselaanbod op het platteland en het slechte weer.

Wat kunnen we doen om de behulpzame en hardwerkende belangrijke bij te redden van een teruglopende populatie en te voorkomen dat de bij een mythe wordt? Je kunt meer bloemen planten op je balkon of in je tuin in plaats van er grijze tegels in te leggen Staat ook een stuk leuker en mooier. En laat vooral de uitgebloeide stengels staan, bijen kunnen daarin overwinteren. Ga ze in ieder geval niet voeden met suikerwater, goed bedoeld misschien, maar funest voor de bij, een bakje vers water is beter.