
Laat het water stromen, neerwaarts naar de bron, zodat het weer bruisen kan.


Laat het water stromen, neerwaarts naar de bron, zodat het weer bruisen kan.
De wijsheid met liefde, de liefde met wijsheid.
Het lot heeft misschien wel iets weg van zo’n kauwgomballen automaat uit mijn verre jeugd, gevuld met talloze veelkleurige ego’s. Af en toe gooit de voorzienigheid er een dubbeltje in en nadat de ballen flink door elkaar zijn geschud, mag er één uit.
Zoals je waarschijnlijk wel gezien hebt staan er wat foto’s van vogels op de verschillende pagina’s van deze blog. Het lijkt mij vandaag leuk iets meer te vertellen over de symboliek en spirituele betekenis van vogels. Vogels vliegen en migreren vaak, met andere woorden zij reizen. Reizen is om je heen kijken en ontdekken en opnemen wat je ervaart. Nieuwe, andere prikkels komen vaak duidelijker binnen.
Natuurlijk verschilt de symboliek en spirituele betekenis van vogels per tijdperk en gebied, dus per cultuur. In het oude Egypte bijvoorbeeld stond de vogel symbool voor de ziel. Over het algemeen staan de vogels symbool voor boodschappers en verlichting, doordat zij vliegen in de lucht, langs de hemel. Zij staan daardoor ook symbool voor vrijheid en transcendentie. Vrijheid en het daardoor kunnen loslaten van aardse beslommeringen. Ze herinneren ons aan het kunnen loslaten en vertrouwen hebben in het natuurlijke verloop van het leven. Zij vertrouwen er immers op barre lange tochten in de vogeltrek te overleven en heelhuids aan te komen op de plaats van bestemming.
Op veel plaatsen en in allerlei tijden geloofde mensen dat de vogels fungeren als bemiddelaars tussen de hogere machten en zijzelf. Vogels staan daardoor voor het communiceren met je hogere zelf, je spirituele bewustzijn. Niet zelden worden vogels als spirituele gidsen gezien. De zeearend bijvoorbeeld met zijn witte kop en zwarte lichaam, is een spirituele gids en staat ook voor wedergeboorte en transformatie. De zeearend verschijnt aan mensen die het zwaar hebben en aan het onzekere begin van hun spirituele pad staan, om hun moed en inspiratie te geven. Wedergeboorte of transformatie is als een ei dat uitkomt, een nieuw begin of een nieuw leven.
Voor de spirituele betekenis van enkele vogels in het bijzonder, verwijs ik je graag naar de teksten onder de foto’s op de andere pagina’s van deze blog.
Van problemen hindernissen maken, van hindernissen uitdagingen maken en van uitdagingen mogelijkheden maken.
Kunnen water en vuur samen bestaan? Wat te denken van stoom, het ultieme samenwerken en samengaan van water en vuur?
“Take me to the river,
Put me in the water,
washing me down”.
Bryan Ferry – The Bride Stripped Bare
De vorige keer schreef ik dat de ervaringen in mijn relatie tot de drie belangrijkste vrouwen in mijn leven, althans het heeft er lang op geleken dat zij dat waren, eigenlijk een product en een gevolg zijn van een archetype en dat er misschien heel veel mannen zijn met soortgelijke ervaringen. Het woord archetype is ontstaan uit het Oudgrieks, waar ‘arche’ ‘oud of origineel’ betekent en ‘type’ ‘patroon of model’, een oud patroon dus. Wat is eigenlijk een archetype en hoe komt het zo machtig?
Vooral pionier, grondlegger en wetenschapper in de hedendaagse psychologie Carl Gustaf Jung heeft zich hier in verdiept en geprobeerd dit te beschrijven, onder andere gebaseerd op ervaringen met de vele patiënten in zijn zo’n veertig jaar durende analytische praktijk in Zwitserland. Volgens Jung die ook een enorme privé bibliotheek met allerlei manuscripten en portfolio’s heeft samengesteld, is een archetype een onderdeel van een structuur, ook wel het collectief onbewuste genaamd, een a priori, zeg maar waarbinnen het de mogelijkheid van een beeld faciliteert. Denk aan de grot van Plato. Dat beeld kan heftige emoties met zich meebrengen en oproepen. Vaak gebeurt dit als een compensatie van een eenzijdige psychische activiteit met als doel deze te corrigeren. Dit gebeurt los van de menselijke wil, zover dat laatste al een kans krijgt.
In dromen, mythes en sprookjes doen zich oude patronen voor los van tijd, plaats, cultuur en ras. Er zijn bewijzen dat er over de hele wereld in verschillende tijden en continenten ontwikkeling zijn geweest, die niet anders dan los van elkaar hebben plaatsgevonden kunnen hebben, daar er bijvoorbeeld 2000 jaar geleden nog geen internet was dat de hele wereld met elkaar verbind. Er was wel iets anders, het collectief onbewuste, dat door de jaren en eeuwen heen zich steeds verder ontwikkeld en uitbreidt. Het is onze psychische erfenis als mensheid. De archetypen, die onderdeel zijn van datzelfde onbewuste, zijn lege mallen, die gevuld kunnen worden met een beeld en dan gaan leven en meestal buiten de eigen psyche worden geprojecteerd. Een mooi voorbeeld is de anima, de vrouwelijke ziel van de man (animus bij de vrouw) die hij al jong projecteert op zijn moeder en later vaak op andere vrouwen in zijn omgeving. Dit kan behoorlijk uit de hand lopen wanneer dit leidt tot het idealiseren van bijvoorbeeld een vrouw, die aan hem een intense belangstelling voor haar heeft ontlokt, ook wel verliefd zijn genoemd. Zij krijgt daardoor een betoverende, aantrekkelijke, fascinerende, maar tegelijk ook angstaanjagende grootheid, alsof zij een koningin, een godin is, wat echter ook nogal eens omslaat in het tegenovergestelde hiervan. De mal stroomt dan vol met aan het idee gerelateerde beelden met bijbehorende emoties en belevingen tot gevolg en voor waar aangenomen ervaringen, die elkaar kunnen versterken. Een obsessie is geboren, maar daarmee ook een afhankelijkheid en een verslaving.
Het mag nu duidelijk zijn hoeveel macht we kunnen toekennen aan een soms vernietigend idee. Het archetype wordt dan oppermachtig en kan zijn gang gaan. Er is regelmatig psychotherapie, maar zeker heel veel zelfkennis en geduld voor nodig om de werking van het archetype te ontmaskeren en zijn invloed mogelijk te niet te doen of te verminderen. Het zou makkelijker zijn wanneer er slechts een archetype is, maar er zijn er heel veel. De meest bekende en machtigste archetypes zijn de eerder genoemde anima en animus, de schaduw, de persona, de oude wijze man, het kind, maar ook het Zelf. Het loont de moeite kennis te maken met deze archetypen en door zelfreflectie en innerlijk schouwen vertrouwt te raken met hen, in de hoop hun bijna almacht in goede banen te proberen te leiden.
Afgelopen zaterdag was het weer Koningsdag in Nederland, de traditionele viering van het feit dat het land waarin ik woon, in naam geregeerd wordt door een koning, voorheen koninginnen. In mijn woonplaats wordt dat gevierd middels een enorme vrijmarkt, die heel veel mensen uit het hele land trekt. Het was nooit mijn ding, maar sinds een jaar of tien doe ik er aan mee, vooral omdat mijn vriendin, die ik ruim tien jaar geleden heb ontmoet er gek op is, het bekende struinen. En omdat ik, niet lang nadat ik haar leerde kennen, een oude hobby nieuw leven heb ingeblazen, te weten het verzamelen van langspeelplaten, vinyl of kortweg lp’s genoemd. Dit jaar had ik echter geen puf en lag ik als een vaatdoek rond in mijn huis, dat vlakbij een van de bekendste locaties van die vrijmarkt ligt. Mijn vriendin was al vroeg de deur uit, maar stond twee uur later al weer trots bij mij boven met dertig tweedehands lp’s onder haar arm.
Ik ben nu al een paar dagen bezig deze grammofoonplaten af te spelen. Het is merendeels heel oude jazz. Ik luister sinds een jaar of twee regelmatig naar jazz en heb een heel bescheiden verzameling, die voor een groot deel bestaat uit opnames van Miles Davis. Dit is heel iets anders. De jazz uit de beginjaren is luchtiger, soms zelfs vrolijker te noemen. Er zit een box bij, getiteld ‘Collector’s History Of Classic Jazz” met vijf lp’s erin. Langspeler 1 begint met fascinerend tromgeroffel dat de titel ‘Examples Of African Tribal Music’ heeft meegekregen, zover gaat het ontstaan van de jazz dus terug. Vanavond ben ik toe aan langspeler 3, waarvan de muziek klinkt als behoorlijk oude blues. Op kant 2 trekt de tekst van het vijfde nummer, met de mij op dat moment nog onbekende titel ‘Three Woman Blues’ mijn aandacht.
De tekst van dit nummer gaat als volgt:
I ain’t never loved,
But three women ruled my life.
The first was my mother,
The second was my sister
And the third was the girl that wrecked my life.
Een golf van herkenning ging door mij heen. Maar belangrijker dan dat: iemand anders, lang geleden had de zelfde ervaring! In een andere tijd, een ander land, met een totaal andere achtergrond en in een heel andere maatschappij waarschijnlijk. Al snel vroeg ik mij af of er een patroon is, of veel meer mannen dit zo voelen of meegemaakt hebben? De stap naar het idee van een onderliggend archetype was toen snel gemaakt. Stel nu dat dat er is, dan zou dat mijn probleem een stuk lichter en makkelijker te hanteren maken. Immers de hele situatie en levensgeschiedenis, waar ik al een heel leven mee worstel ziet er dan ineens heel anders uit in dit licht. De drie oppermachtige vrouwen zijn dan slechts marionetten in een spel van een, weliswaar zeer machtig, overerft psychisch fenomeen in mijn collectief onbewuste, waar ik zelf ook een willoos slachtoffer van ben (geweest). En hoe is dat voor vrouwen? Manifesteert het archetype zich bij hun op een mannelijke manier? Via de ervaringen met een vader, een broer en de eerste pummel die hun hart brak? Het zet je aan het denken over en vooral aan het relativeren van al die onoplosbare boosheid, frustratie en onmacht. Ineens voelde ik mij minder zwaar en begon de energie weer een beetje te stromen. Nou, een beetje? Ik zit inmiddels ’s avonds laat achter mijn computer dit in te typen. Wat is muziek toch helend, bedenk ik mij voor de zoveelste keer in mijn leven.
Wat is het eigenlijk precies wat ik voelde en waarom, toen ik het album Ummagumma van Pink Floyd 55 jaar geleden voor het eerst hoorde? Wat was die onmiddellijke diepgaande fascinatie met die muziek? Hieronder ga ik proberen duidelijk te maken waardoor de onbewuste herkenning kon plaatsvinden, aan de hand van een hoofdstuk uit de verzamelde werken van Carl Gustav Jung dat ik vanochtend las. Eerst is het waarschijnlijk handig wanneer ik iets vertel over de psychologische benadering van een kunstwerk, in het werk van Jung betrof het literatuur. Ik ben zo vrij geweest zijn benadering te gebruiken voor deze muziek, daar ik meen dat ik het ook daarin herken.
CG Jung onderscheidt hier twee methodes van creëren, de psychologische en de visionaire. Voor mijn verhaal, dat toch heel beknopt moet blijven, is alleen de visionaire genoeg, mede daar ik daarin vind wat ik zoek. Wat mij direct opvalt is dat het psychologische verklaren van, in dit geval de visionaire kunst op het album Ummagumma, het om een oer visioen van chaos en duisternis gaat dat onverenigbaar zou zijn met bepaalde morele categorieën. Deze drie categorieën zijn: normen, waarden en houdingen. Normen en waarden slaan op gedrag, terwijl houding betrekking heeft op de persoon die handelt.
Laat ik beginnen met het laatste. Het handelt hier waarschijnlijk om een ervaring die onverenigbaar lijkt te zijn met de persoonlijkheid of de fictie van het bewustzijn van de componist(en). Het conflict leidt tot het onzichtbaar willen maken, het verdringen richting het onbewuste van de ervaring in kwestie. Verder ga ik hier niet omdat het herleiden van de visionaire belevenis tot de persoonlijke ervaringen van de makers, de belevenis deze tot iets figuurlijks, een surrogaat maakt, het oer karakter verliest en het oer visioen een symptoom wordt, een psychische neurose van de maker, zeg maar, én de chaos tot een geestelijke ordening wordt herleidt. Deze verklaring keert zo terug binnen de grenzen van de geordende kosmos. Dat is uiteindelijk niet wat ik ervaarde toen ik zat te luisteren en er een heel nieuwe wereld voor mij openging. De enige ordening die ik kon onderscheiden waren de muzieknoten gespeeld op de muziekinstrumenten.
De bron van de hier gedeelde ervaring moet ernstig genomen worden al lijkt het dat het verstand zich genoodzaakt zal voelen in te grijpen in deze obscure metafysica om te voorkomen dat de wereld terugzakt in duister bijgeloof. Misschien omdat ik zo jong was en volledig openstond door mijn fascinatie, is bij mij nu juist dat laatste gebeurt. Een luisteraar die zich met de sfeer en de boodschap die verpakt zit in deze songs niet onbewust identificeert en deze dus niet begrijpt doet deze muziek waarschijnlijk af als rijke fantasie, artiestengrillen of ontspoorde dichterlijk vrijheid. Misschien zat er een meer alledaagse liefdeservaring onder bij de leden van de band of bij één van hen. De hartstocht die er achter zit is in ieder geval goed voelbaar en laat wat minder diepe geesten verloren achter. De ervaring van de maker(s) is geworden tot een echt symbool, een uitdrukking voor een onbekende werkelijkheid. Het is een feit geworden, een psychische realiteit met een even sterke waarde als een fysische realiteit, voor mij in ieder geval.
De gevoelens, de hartstocht, van zowel de leden van Pink Floyd, als die van mij liggen binnen het bewustzijn, het object van het visioen erbuiten, wat het mystiek of magisch doet aandoen. De band tussen de muziek en de band enerzijds en mij anderzijds is voor goed gesmeed, al zullen de leden van Pink Floyd daar niks van gemerkt hebben. Het gevoel dat wordt opgeroepen bij mij is dat van dingen die van nature geheim zijn. Ze zijn geheimzinnig en griezelig gemaakt, een illusie omdat ze verborgen zijn gemaakt door de ratio, het verstand. Men verbergt zich voor zulke zaken uit godvrezendheid.
De kosmos staat voor het bewustzijn, de zon en het geloof van de dag hier, terwijl de chaos staat voor de nachtelijke angst, de maan en het onbewuste. Deze spanning schept de vraag of er iets levends is aan gene zijde. Mijn ziel werd als door een poort uit het menselijke getrokken, in het boven menselijke, dat ook wel het goddelijke wordt genoemd. Dit is op negen jarige leeftijd natuurlijk een heel sterke en ingrijpende ervaring, waarvan de diepgaande gevolgen op dat moment totaal niet te overzien waren. Was het een truc van het onbewuste om op deze dreigende en onheilspellende manier mij een voorteken te geven dat er wat gaat gebeuren?
De wetten, moreel en praktisch, die de mens verzonnen heeft om ons te beschermen tegen de waanzin uit vrees voor de metafysica, het eeuwige vuur Gods, dat hier misschien te dicht benaderd wordt, vallen hier weg en houden geen stand in dit nog jonge brein van mij. De schoonheid van deze duisternis was voor mij zo ontzagwekkend en alles omvattend, dat het was als een openbaring van een nieuwe onbekende religie. Dit is wat mijn fascinatie omhoog deed stromen uit de diepste bron van mijn zijn, mijn onbewuste en zijn archetypen. De fascinatie ligt besloten in de ervaring én in de bron en is daar nog steeds, nu bijna 55 jaar later.
Steeds wanneer het collectief onbewuste tot de ervaring doordringt en zich paart aan het tijdsbewustzijn, heeft een creatieve daad plaats gehad, die de hele periode aangaat, het is een boodschap aan tijdgenoten.